Historie

Havezate Mensinge: ruim zes eeuwen oud
Mensinge is een oud landgoed; het bestaat al meer dan 600 jaar. Havezate Mensinge wordt voor het eerst genoemd op een lijst uit het jaar 1381. Het is dan een leengoed van de Bisschop van Utrecht. De eerste (bekende) bewoner is Steven Zighers. Over hem lezen we: 'Item Steven Zighers hout Mensinghe-goet, dat geleghen is in der kerspel van Roeden in Drenthe. Ende dat is een borchleen…'

Plunderingen
Via een nicht van Steven Zighers komt Mensinge in 1408 in het bezit van de familie Hidding. Verschillende leden van dit oude Drentse geslacht hebben op Mensinge gewoond, tot het landgoed in 1485 werd verkocht aan de Groninger jonker Onno van Ewsum. Deze adellijke familie heeft Mensinge in het bezit van 1485 tot 1720. Deze periode is belangrijk voor de geschiedenis van Mensinge. Rond 1500 wil de stad Groningen - rijk geworden door de bloeiende handel - zijn macht uitbreiden. De Ommelanden verzetten zich hiertegen. De machtige familie Van Ewsum is bij deze twisten betrokken. Bang dat hun bezittingen worden vernield door de troepen van Groningen brengen zij hun bezittingen over naar Mensinge. In de periode 1500 - 1514 wordt de havezate echter meerdere keren overvallen, geplunderd en vernield. In 1540 laat de nieuwe eigenaar, Johan van Ewsum, het bestaande huis vrijwel afbreken om er een nieuw gebouw voor in de plaats te zetten. Alleen de binnenmuren van de huidige salon, de grote kamer en de bibliotheek blijven staan.

Bouwkundige veranderingen
De familie Van Ewsum blijft tot 1720 op Mensinge wonen. In dat jaar wordt Mensinge verkocht aan Justus de Coninck van Peize. In 1727 wordt het landgoed doorverkocht aan Ida Elisabeth Ripperda, die Mensinge laat verbouwen in de vorm die het nu nog heeft. In 1764 koopt Coenraad Wolter Ellents het landgoed Mensinge voor een prijs van 11.000 gulden. Drie jaar later trouwt hij met Gesina Oldenhuis. Het welgestelde echtpaar laat diverse veranderingen aanbrengen in Mensinge: de eetkamer krijgt een nieuwe schouw, de grote zaal wordt gesplitst in wat nu de bibliotheek en de grote kamer is en de scheidingswand tussen deze vertrekken wordt voorzien van rococo-snijwerk. In de jaren erna wordt Mensinge het centrum van financiële transacties: aan- en verkoop van onroerend goed, kredietverleningen, investeringen. Na het overlijden van Coenraad Wolter Ellents in 1784 stelt Gesina haar neven Jan Wilmsonn Kymmell en Lucas Oldenhuis aan als haar zaakwaarnemers.

Ontstaan van Mensingebos
Nadat Gesina Oldenhuis overlijdt op 25 april 1818 wordt Jan Wilmsonn Kymmell de nieuwe eigenaar van Mensinge. De familie Kymmell zou Mensinge gedurende bijna 170 jaar onafgebroken bewonen: van 1818 tot 1985. De Kymmells nemen een belangrijke positie in: in 1825 kennen vier Drentse gemeenten een Kymmell als burgemeester. Jan Wilmsonn Kymmell - die gedurende langere tijd schulte van Roden en Roderwolde was - steekt veel energie in het opknappen van de omgeving van Mensinge. Hij ontgint grote oppervlakten woeste grond en plant bomen aan. Zo ontstond het Mensingebos in deze tijd. Na het overlijden van Jan Wilmsonn (1823) wordt Mensinge achtereenvolgens bewoond door Coenraad Wolter Ellents Kymmell (tot 1878), Jan Wilmsonn Kymmel en Pieter Dirk Kymmell (allen zonen van Jan Kymmell), Coenraad Wolter Jan Kymmell, Christina Sophia Kymmell (die ook wel De Joffer werd genoemd; zij bewoonde Mensinge van 1925 tot 1949) en Georg Rudolph Wolter Kymmell (tot zijn dood in 1956). Zijn kinderen besloten in 1985 het landgoed te verkopen aan de gemeente Roden. Dit betekent het einde van ruim 600 jaar particuliere bewoning.

Angst voor hotel-complex
De bestemming van Havezate Mensinge was in die jaren echter nog lange tijd onzeker. Er was angst dat de historische havezate - die een belangrijke stempel heeft gedrukt op de historie van Roden - vanwege slecht onderhoud verloren zou gaan voor de samenleving van Noordenveld. Er circuleerden namelijk plannen voor de verbouw tot een luxe hotelcomplex. Op initiatief van de Historische Vereniging Roden werd op 20 februari 1980 een actiecomité opgericht ter behoud van Havezate Mensinge. Mede dankzij de brede steun uit de bevolking besloot de gemeenteraad in 1985 in te stemmen met de aankoop van Havezate Mensinge en na de verbouwing in te richten als museum. Na een grondige restauratie werd Mensinge in 1988 opengesteld als museum.